WONEN & WERKEN

Dag in het leven van een beheerder op Burton ILI

Een noodgeval! Een bezorgd kijkende jongedame klopt op de openstaande deur van het kantoor. Daar zit ik een paar keer per week om de administratie bij te houden, niet de leukste taak maar wel belangrijk. Ze vertelt mij dat het weer raak is. De kippen zijn aangevallen vannacht. En ze zijn er niet allemaal goed vanaf gekomen. De jongedame is Eva, een juriste. Ze logeert al een aantal weken hier en ik heb haar helemaal tot rust zien komen. Ze houdt van de dieren en de natuur. Elke ochtend haalt ze de verse eieren op die we vervolgens omtoveren tot een heerlijk ontbijt. Het is al de tweede keer dat de kippen zijn aangevallen door roofdieren. Ik trek mijn schoenen aan en we gaan op onderzoek uit. Het gaas van het kippenhok blijkt doorgebeten. De kippen hadden geen schijn van kans. Dat wordt een tripje naar de stad. Er moet nieuw gaas komen en misschien moet ik even langs de buurman, bedenk ik me. De buurman is een boer die hier zijn hele leven al woont en overal verstand van heeft. Hij weet vast wel raad. En misschien heeft hij nog wel een aantal kippen voor ons. Dat kan ik mooi combineren met de wekelijkse boodschappen. Ik vraag Eva mee, en ook Ellen staat al klaar bij de auto.

Lodewijk is een dag eerder met een groepje de bossen ingetrokken. Ze hebben een geoloog meegenomen. Ik ben benieuwd naar hun verhalen als ze terugkomen. Dat herinnert me eraan dat ik ook nog langs de slager moet voor een varken. Een paar weken eerder heeft iemand die hier logeerde een spit in elkaar geknutseld. Dat was een smakelijk succes en zal een mooie afsluiting van de tocht zijn. Onze Franse boer blijkt niet thuis te zijn, maar dat mag de pret niet drukken. Soms staat hij vanuit het niets bij onze poort. Hij weet altijd de bel te vinden. Hij heeft dan weer iets meegebracht, een schep of een kabel. Hij verzekert mij ervan dat we het goed kunnen gebruiken. Ik nodig hem uit voor een kopje koffie. Volgens mij houdt hij gewoon van de levendigheid. Er is altijd wel iemand in de weer hier. Het leeft.
We hebben veel plezier in een klein tochtje zoals deze. Elke keer ontdekken we weer nieuwe dingen in de buurt. Een paar weken geleden troffen we een oud herdershuisje aan nabij een greppel in een stukje niemandsland. In een kleine opening van de muur vonden we een doosje met een bijbel uit de achttiende eeuw en een paar brieven. We zijn nog steeds bezig met ze te vertalen. Het voelt alsof we een grote schat hebben ontdekt, al kunnen het net zo goed echtscheidingsdocumenten zijn. Enfin, we vertrouwen op onze eigen kennis en hebben na een uur timmeren nog nooit zo een roofdieronvriendelijk kippenhok gezien. Ik haast me vervolgens naar de keuken waar ik de broden, die ik eerder op de ochtend in de oven had gedaan, er snel uithaal. Ze worden elke dag beter. ’s Avonds maak ik het deeg klaar zodat we elke dag vers brood kunnen eten. Ik dek de buitentafel, het is prachtig lente weer, en luid de bel. Zij die zin hebben om gezamenlijk te lunchen kunnen aanschuiven. Soms is dat niemand en soms moeten we creatief met tafels en stoelen zijn. Eva, Ellen en nog een jongeman, die bezig is met zijn meesterwerk en in het schrijvershutje verblijft, druppelen binnen. Van de slager heb ik verse paté meegenomen en iedereen smult ervan. Ik bedenk me dat we misschien de slager ook eens moeten uitnodigen voor een borrel. Hij zou ons veel kunnen leren over waar ons eten vandaan komt. Ik schrijf het gelijk op in een notitieboekje.

De jongeman en Ellen hebben veel te bespreken en ik laat hun alleen. Eva is inmiddels ook alweer gevlogen. Ik loop naar het kantoor. Daar zie ik op de kalender dat er vanavond drie nieuwe gasten zullen komen. Ze zullen hier twee weken blijven en hebben van ons gehoord van vrienden die hier al eerder waren geweest. Toen ik met een van hen belde merkte ik hoe enthousiast hij was. Het is altijd spannend om nieuwe mensen te ontvangen, je weet nooit hoe het zal zijn. Maar ik kijk er erg naar uit. Ellen zal ze ophalen bij het vliegveld. Ik en Eva hebben al een lekker menu bedacht. Ze had gezien dat de tomaten en de sla, in de moestuin achter het huis, klaar voor de keuken zijn. Ik kan nog steeds niet geloven hoeveel meer smaak onze eigen producten hebben in vergelijking met die uit de supermarkt. Na het checken van de kamers neem ik even de tijd om naar de bosvijver te gaan. Een dagelijks ritueel. De wandeling naar de vijver duurt een half uur. Daar ga ik even zwemmen en kom ik tot rust. Wat is het fijn hier te zijn, bedenk ik me. De natuur om mij heen is weer helemaal tot leven gekomen. Alles is groen. Na de koude winter, waarin we veel hout hebben moeten hakken om de openhaard levend te houden, zie ik uit naar de warme zomer. Het buiten leven geeft energie. Ik ben blij dat ik het met zo veel mensen kan delen.